Onderzoek naar geweld in de jeugdzorg verbreed en in gang

Onderzoek naar geweld in de jeugdzorg verbreed en in gang

Het onderzoeksterrein van de Commissie Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg heeft zich het afgelopen half jaar fors verbreed. Het totale onderzoeksterrein beslaat inmiddels meer sectoren dan alleen de jeugdzorg.

Welke onderzoeken worden er door wie uitgevoerd?

  • Onderzoek naar geweld in residentiële instellingen door prof. Carlo Schuengel van de Vrije Universiteit
  • Onderzoek naar geweld in de pleegzorg door prof. Hans Grietens van de Rijksuniversiteit Groningen
  • Onderzoek naar geweld in justitiële jeugdinrichtingen (JJI) door prof. Peter van der Laan van de Vrije Universiteit
  • Onderzoek naar geweld in de jeugd GGZ door prof. Majone Steketee van het Verweij Jonker-instituut
  • Onderzoek naar geweld in de licht verstandelijke beperking (LVB)-sector door prof. Geert-Jan Stams van de Universiteit van Amsterdam
  • Onderzoek naar geweld in doven- en blindeninternaten door dr. Dorien Graas van de Hogeschool Windesheim
  • Onderzoek naar geweld bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) in AZC’s door prof. Richard Staring van de Erasmus Universiteit Rotterdam

Hoe wordt het onderzoek gedaan?

We doen dit allereerst via archiefonderzoek bij alle betrokken instellingen en instanties. Daarnaast houden we interviews en nemen we gestandaardiseerde vragenlijsten af bij mensen die ooit, als kind, in de instellingen of instanties verbleven of er werkzaam waren.

We doen ook literatuuronderzoek en kijken naar wat de media in de loop der jaren over geweldsincidenten bericht hebben.

In de sectorstudies (residentiële instellingen, justitiële jeugdinrichtingen, pleegzorg, jeugd GGZ, de LVB-sector, doven- en blindeninternaten en AZC’s) wordt vooral gekeken naar de kwalitatieve aard, naar de context en de gevolgen van het geweld. Dus wat gebeurde er en hoe kon dit gebeuren? Werd er door verantwoordelijken op gereageerd en zo ja, wat was die reactie dan? En hoe gingen de levens van de betrokkenen verder? Het zijn belangrijke vragen die beantwoord moeten worden om een goed wetenschappelijk beeld op te leveren. Tegelijkertijd hopen we dat dit onderzoek bijdraagt aan een gevoel van erkenning voor de slachtoffers over wat hen als kind is overkomen.

Daarnaast gaat een grootschalig kwantitatief onderzoek naar de aard en omvang van geweld de schaal van de sectorstudies te boven. De commissie wil hiervoor gebruik maken van een bestaand maandelijks burgerpanel. Ook wil zij de recente groep kinderen in de jeugdzorg (2012-2017) apart bevragen op ervaringen met geweld. Dit wil de commissie centraal gaan oppakken. Eveneens centraal verloopt:

  • Archiefonderzoek van enkele thema’s zoals intern en extern toezicht, inspectie, professionalisering, regelgeving, alternatieve hulpverlening door dr. Jacques Dane van het Onderwijsmuseum
  • Verkenning van het hulpaanbod aan slachtoffers: de commissie bekijkt zelf of het huidige aanbod van voorzieningen voldoende is voor volwassenen die in hun jeugd zijn mishandeld of misbruikt. Dat doet zij door met slachtoffers en professionals te spreken, focusgroepen te organiseren en een expertpanel te houden.